Romualdas Granauskas
Romualdas Granauskas (1939-2014) is geboren in Žemaitija, een agrarisch gebied in het noordwesten van Litouwen, en de karakteristieken van deze streek vormen het decor waartegen zijn verhalen zich afspelen. Op basis van de thematiek van zijn werk zou je Granauskas kunnen bestempelen als een schrijver van traditionele streekverhalen, maar Granauskas’ proza is gecompliceerder dan dat. De innerlijke spanningen van de hoofdpersonen, de existentiële vragen die ze stellen: Wie ben ik? Waarom leef ik? en de ironie waarmee ze naar zichzelf kijken, geven de teksten een modernistische inslag met magisch realistische trekjes. In Granauskas’ werk ligt de nadruk op de teloorgang van de waarden van de agrarische samenleving onder invloed van een opgelegd totalitair systeem. Figuren die gevormd zijn door het Sovjettijdperk, uniforme, leeghoofdige conformisten, spelen daarbij een kwalijke rol. Granauskas’ bekendste en meest geprezen boek is Gyvenimas po klevu (Een leven onder de esdoorn, 1988). Hierin is de hoofdrol weggelegd voor een oude vrouw die, nadat alle inwoners weggetrokken zijn naar verstedelijkte gebieden, alleen in haar dorp achterblijft.
De verhalen in de bundel Išvarytieji (De verschoppelingen, 2013) worden gekenmerkt door de onverschilligheid waarmee de maatschappij reageert op mensen die aandacht en hulp nodig hebben. In de twee fragmenten afkomstig uit Kirvis ir dvasios (De bijl en de geesten) is dat een boer die aan het einde van zijn leven noodgedwongen afscheid moet nemen van het enige levende wezen in zijn omgeving.
